EHDS Data Hubs
De EHDS introduceert de rol van bemiddelingsentiteiten, oftewel Data Hubs. Mr. Dr. Vlieger legt uit wanneer en waarom deze rol nuttig is — voor efficiëntie, wetenschappelijk belang en vertrouwen.
De meest onbekende EHDS-rol: de Data Hub
De EHDS creëert een aantal nieuwe rollen rond het hergebruik van gezondheidsgegevens. Bekend is de Health Data Acces Body, een nieuwe overheidsinstantie waar een vergunning wordt aangevraagd om te mogen werken met data in een beveiligde verwerkingsomgeving. Veel minder aandacht is er voor de rol van betrouwbare gegevenshouder, en volledig onbekend zijn de bemiddelingsentiteiten voor gezondheidsgegevens. Maar dit lijkt mij eenvoudigweg wat normaal wordt aangeduid als Data Hub. En dergelijke Data Hubs zijn cruciaal voor het ontsluiten van data op een manier die efficiënter is, die beter is voor de wetenschap, en die bovenal kan bijdragen aan meer vertrouwen in het systeem. Dus laten we eens overwegen wat artikel 50 en overwegingen 59 & 72 mogelijk lijken te maken.
Efficiëntie - zoals bij de GGD
De EHDS verplicht houders van gezondheidsdata om deze beschikbaar te maken voor nuttig hergebruik, zoals wetenschappelijk onderzoek. Om het systeem efficiënter te maken, kan Nederland bepaalde organisaties aanwijzen als bemiddelingsentiteit. Maar let op, dit is een andere rol dan een databemiddelingsdienst zoals beschreven in de Data Governance Verordening. Omdat dit het er niet duidelijker op maakt, is het verstandig om ze anders te noemen. Het meest geschikt lijkt me de term Data Hub, want die niet juridische term duidt organisaties aan, die moeten gaan doen wat de databemiddelingsentiteiten moeten doen. Ze verzamelen data van "bepaalde categorieën" datahouders. De plicht om data aan te leveren aan de Health Data Access Body wordt dan overgenomen van de losse datahouders door de Data Hub. Zo zijn er bijvoorbeeld in Nederland veel GGD’s die allemaal data hebben die nuttig zijn voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Het is onlogisch als de HDAB bij elk onderzoek waarvoor GGD data nodig zijn, telkens opnieuw moet aankloppen bij alle losse GGD’s. De Nederlandse overheid zou daarom bijvoorbeeld de GGD GHOR kunnen aanwijzen als Data Hub die de EHDS-plichten van alle losse GGD’s overneemt. Maar de gelijksoortigheid van de datahouders kan er natuurlijk ook in zitten dat het allemaal datahouders betreffen in een bepaalde regio; dat mogen de lidstaten zelf bepalen.
Wetenschappelijk belang - zoals bij huisartsen
Het tweede waarvoor een Data Hub kan worden ingeschakeld, zijn de micro-datahouders. De EHDS bepaalt dat kleine datahouders geen data hoeven aan te leveren aan de HDAB: dat zou een te grote administratieve belasting zijn voor kleine organisaties. Maar sommige data die wetenschappelijk enorm belangrijk zijn, zijn nu juist in handen van kleine datahouders. Dat is in Nederland bijvoorbeeld het geval met de huisartsen. Wil men onderzoek doen naar het eerder kunnen opsporen van longkanker, dan zullen de dossiers van patiënten uit het ziekenhuis gekoppeld moeten worden aan wat er in de dossiers bij de huisartsen staat over eerder gemelde gezondheidsklachten. Belangrijk onderzoek, maar de betreffende data zullen, vanwege de kleine omvang van de gemiddelde huisartsenpraktijk, buiten de werking van de EHDS vallen. In de nationale wetgeving kunnen zulke micro-datahouders daarom verplicht worden om toch data aan te leveren aan een Data Hub; bijvoorbeeld een Nivel, of een IPCI, waardoor deze data alsnog op een veilige en efficiënte manier beschikbaar komen voor belangrijk onderzoek. Hetzelfde geldt voor data van bijvoorbeeld tandartsen, fysiotherapeuten of diëtisten.

Voor vertrouwen - zoals bij diabetes
Het derde nut van de Data Hubs, is het vergroten van het vertrouwen in het systeem. Bijvoorbeeld diabetespatiënten kunnen zich zorgen maken om hun privacy, als commerciële ondernemingen direct toegang zouden hebben tot hun data. Zij kunnen vanwege die (heel begrijpelijke) zorg, de beschikbaarheid van hun data dus gaan tegenhouden. Maar stel nu dat we in Nederlandse wetgeving regelen dat de real-time metingen beschikbaar worden gemaakt aan de Diabetesvereniging, waarbij die vereniging (met hulp van bijvoorbeeld Zorginstituut Nederland) deze data beheert, dan zouden waarschijnlijk veel minder patiënten zich hiertegen verzetten. De Diabetesvereniging kan dan de gegevens anonimiseren, of statistische vragen beantwoorden. Als, met hulp van dergelijke organisaties, het vertrouwen in het systeem wordt vergroot, dan zal dat leiden tot een bredere beschikbaarheid van data voor wetenschappelijk onderzoek en het ontwikkelen van nieuwe, nuttige zorgproducten. Nogmaals, de EHDS stelt dat Data Hubs data ophalen bij gelijksoortige datahouders. De mogelijkheden zijn wat Data Hubs betreft dus eindeloos.
Bij lagere wetgeving
Kortom, er zijn allerlei goede redenen om op grote schaal gebruik te maken van de rol van Data Hubs; het systeem wordt efficiënter, er komt (op een veilige manier) meer data beschikbaar voor medisch wetenschappelijk onderzoek en bovendien kan dit leiden tot meer vertrouwen van patiënten in het systeem. In de uitvoeringswetgeving van de EHDS kan worden bepaald dat alle Data Hubs zullen worden bijgestaan door het Zorginstituut, die immers ook al was aangewezen om toezicht te houden om de kwaliteitsregistraties. De concrete Data Hubs moeten natuurlijk niet aangewezen worden in de wet zelf, want als een van hen niet blijkt te functioneren, dan zou het schrappen van een Data Hubs langs het Parlement moeten. Dat duurt te lang. De Minister van VWS moet daarom (onder toezicht van het Parlement) Data Hubs kunnen aanwijzen. Het lijkt me nuttig als we in Nederland op congressen eens grondig gaan bespreken hoe we door gebruik van de rol van Data Hubs, het EHDS-systeem optimaal kunnen inrichten. Nog een laatste opmerking: het is niet toegestaan om Data Hub en Betrouwbare Houder tegelijk te zijn. De Data Hubs mogen dus niet concept-besluiten aan de HDAB voorleggen en zelf data beschikbaar maken in een eigen BVO.
