EHDS Jurist

Geen aparte ethische toets naast de EHDS

Geen aparte ethische toets

Waarom een nationale ethische toets schaadt

De European Health Data Space (EHDS) is een belangrijke pijler van de Europese datastrategie. De verordening heeft als doel om de beschikbaarheid van gezondheidsdata voor nuttig hergebruik te vergroten. Het belooft een einde te maken aan de juridische fragmentatie en de terughoudendheid om grensoverschrijdend data te delen. Hoewel de EHDS een geharmoniseerd systeem met Health Data Access Bodies (HDAB’s) introduceert, bevat de verordening een politiek compromis: lidstaten zijn bevoegdheid om een extra ethische beoordeling door een nationale instantie verplicht te stellen als voorwaarde voor een datavergunning. Ze zouden er echter goed aan doen om geen gebruik te maken van deze mogelijkheid. 

De HDAB als alomvattende poortwachter

Een analyse van de regels laat zien dat een extra ethische toets overbodig is. De nieuwe HDAB’s zijn onder de EHDS en de AVG al verplicht om een buitengewoon uitgebreide toetsing uit te voeren:

  • EHDS toets en nut: De HDAB controleert of de aanvraag uitsluitend is voor erkende doeleinden zoals wetenschappelijk onderzoek gericht op de volksgezondheid, of er geen sprake is van verboden gebruik,  en of er (naast het eventuele nut voor de aanvrager) ook sprake is van een meer algemeen belang. Ook wordt getoets of de aanvrager wel de juiste kwaliteiten heeft, en of het voorgestelde onderzoek deugdelijk in elkaar zit.
  • Privacy en AVG-compliance: De HDAB fungeert als poortwachter voor de AVG en verifieert continu de rechtmatige grondslag, proportionaliteit en subsidiariteit van de dataverwerking.
  • Strikte beveiliging: Data wordt niet direct overgedragen, maar mag enkel worden verwerkt binnen een gecontroleerde Secure Processing Environment (SPE), wat fungeert als de primaire technische waarborg voor de rechten van patiënten.
  • Patiënt-zeggenschap: De HDAB beheert de complexe beoordeling rondom opt-out en opt-in regimes, afhankelijk van de nationale wetgeving.

Wat zou het doel van een ethische toets zijn?

De Aanwijzingen voor de Regelgeving schrijven voor dat als er een wet wordt geschreven, er geanalyseerd moet worden of er daadwerkelijk een probleem bestaat en hoe dat het beste kan worden opgelost. Een ethische toets mag dus uitsluitend, als de toets van de HDAB nog een hiaat laat dat gevuld moet worden met een nationale wet. Maar daar lijkt geen sprake van. Fysieke risico’s voor de patiënt zijn er niet bij data-onderzoek (anders dan bij klinische trials.) En de privacy-aspecten worden volledig door de HDAB-toets afgedekt. Er geen resterend ‘ethisch vacuüm’ dat een aparte commissie nog zou moeten vullen. 

Aparte commissies werkt juist nadelig

 Soms stellen de huidige ethische commissies eisen die de EHDS nu juist expliciet afschaft: zoals dat de datahouder vermeldt moet worden als co-auteur, of een betaling die de kosten van het beschikbaar maken aanzienlijk te boven gaan. Bovendien heeft een ethische commissie juridische nadelen: een besluit op een EHDS-vergunningsaanvraag is een bestuursrechtelijk besluit. Dat moet dus voldoen aan onder meer het rechtszekerheidsbeginsel. En als niet strak bepaald is waarop die ethische commissie nog moet toetsen, dan is daar niet aan voldaan. De ethische commissies zullen bovendien per land andere besluiten nemen en zo het vrije verkeer van data beperken; wat dus rechtstreeks ingaat tegen de bedoeling van de EHDS Verordening. 

Gevolgen voor innovatie en wetenschap

Voor de ontwikkeling van precisiegeneeskunde en de behandeling van zeldzame ziekten is een enorme statistische slagkracht nodig, wat samenvoeging van multinationale cohorten vereist. Als lidstaten  afwijkende ethische criteria gaan hanteren, doorkruist dit direct het doel van de EHDS: een naadloos, pan-Europees ecosysteem voor gezondheidsdata. Het herintroduceert de administratieve wrijving waardoor belangrijke studies onder het oude systeem vaak onhaalbaar bleken. Lidstaten moeten daarom afzien van het toevoegen van extra nationale waarborgen bovenop dit Europese kader. De beste strategie is niet het dupliceren van besluitvorming, maar het integreren van de expertise van de leden van bestaande ethische commissies in de  HDAB. Dit voorkomt belangenverstrengeling, garandeert rechtszekerheid en zorgt ervoor dat de potentie van de EHDS volledig benut kan worden.

Wilt u meer weten? Neem contact op met Mr. Dr. Antoinette Vlieger

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

juridisch onderzoek gezondheidsgegevens

Hoe definieert de EU 'wetenschappelijk onderzoek' in de Digitale Omnibus? Antoinette Vlieger reageert op de kritiek. Wetenschap is iets anders dan goede wetenschap en dit moet zo blijven.

De definitie van wetenschap in de digitale Omnibus

De EU definitie van wetenschap

Debat over de Digitale Omnibus

Er is een nieuw debat gaande rond de voorgestelde Digitale Omnibus van de EU, die het datarecht integraal moet verbeteren.  Nieuw onderwerp van discussie is de vraag hoe de EU ‘wetenschappelijk onderzoek’ zou moeten definiëren. In een artikel bekritiseert Evert-Ben van Veen de door de Europese Commissie voorgestelde definitie scherp en biedt hij een alternatief. Hoewel ik zijn kritische blik op de formulering van de EC waardeer, ben ik het fundamenteel oneens met zijn voorgestelde oplossing. Hij betoogt dat een definitie van wetenschappelijk onderzoek normatieve criteria moet omvatten, zoals het naleven van “toepasselijke regelgeving” en “algemeen aanvaarde normen voor onderzoeksintegriteit”, om “goede wetenschap van slechte wetenschap” te onderscheiden. Dit is echter een gevaarlijke vermenging van twee zeer verschillende zaken. Hieronder leggen we uit waarom de definitie van ‘wetenschappelijk onderzoek’ juist kort en feitelijk moet zijn.

Drie redenen om dit niet zo te doen

1️⃣ Ontologie versus normativiteit: Het definiëren van wat een activiteit is, is fundamenteel anders dan bepalen hoe dit bij voorkeur moet worden gedaan. We hebben bijvoorbeeld ook allemaal een mening over wat een goede collega is, maar dat staat los van de vraag wat een collega is.

2️⃣ We beschikken over voldoende instrumenten om te sturen op goede wetenschap: als een onderzoeker een excessieve hoeveelheid gezondheidsgegevens wil gebruiken, mag dat project niet worden stopgezet met de bewering “dit is geen wetenschap”. Het moet worden stopgezet omdat het de kernprincipes van de AVG schendt , de toetsing door de ethische commissie niet doorstaat, of niet voldoet aan de strenge financieringscriteria van instanties zoals ZonMw of Horizon Europe.

3️⃣ Academische vrijheid: Artikel 13 van het EU-Handvest garandeert de vrijheid van de kunsten en wetenschappen. Als de wetgever ‘wetenschap’ gaat definiëren op basis van vage, politiek gevoelige criteria, dan lopen we het risico de academische vrijheid aan te tasten. De staat reguleert het rechtmatige gebruik van gegevens; hij mag niet het monopolie hebben op het bepalen wat legitieme kenniscreatie inhoudt.

Laten we de definities neutraal houden en ons baseren op de bestaande wettelijke kaders (AVG, EHDS) om naleving te garanderen. Meer weten? Neem contact op met Antoinette Vlieger.

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

Lang leve AI, zegt AI!

Lang leve AI, zegt AI

Daar gaat m'n baan

Veel mensen zijn bang dat hun baan op de tocht staat door AI (zie bijvoorbeeld de ‘most exposed’-lijst van o.a. Anthropic). Ik besloot de vraag om te draaien en vroeg Gemini: welke klussen ga jij overnemen waar we blij van worden? Zie hier haar eigen, optimistische antwoord.

1. Dingen die we liever niet doen

AI neemt taken over die menselijk kapitaal verspillen. Denk aan de administratieve tsunami in de zorg of het onderwijs. AI luistert straks mee met een arts en werkt realtime het dossier bij. Of denk aan het doorspitten van 10.000 pagina’s aan contracten of het oplossen van onmogelijke personeelsroosters. De mens verliest zijn corvee en krijgt de handen vrij voor het échte mensenwerk, zoals een pleister plakken en een kind troosten.

2. Problemen die we zelf niet opgelost krijgen

Mensen zijn – bewust of onbewust – bevooroordeeld. Een goed gekalibreerde AI kan dienen als een 100% blinde, objectieve weegschaal bij sollicitaties of vergunningen, om juist menselijke bias uit te bannen. Ook kan AI complexe systemen aan die ons brein te boven gaan, zoals het op de seconde balanceren van ons overbelaste stroomnet of het ontdekken van patronen voor hyper-gepersonaliseerde medicijnen.

3. Oplossingen waarvan we de vraag nog niet kenden

AI gaat niet alleen optimaliseren, maar fundamenteel nieuwe dingen verzinnen. Denk aan het ontwerpen van eiwitten die PFAS uit ons water filteren; het definitief doorbreken van de wereldwijde taalbarrière met real-time, levensechte vertalingen; of economisch onmogelijke dingen mogelijk maken, zoals ieder kind ter wereld – van Amsterdam tot Timboektoe – een gepersonaliseerde privéleraar op een tablet geven.

Ruimte voor menselijkheid

De conclusie van Gem zelf? “Als je kijkt naar de taken die sneuvelen, verliest de mens vooral de rol van ‘robot van vlees en bloed’. Wat we ervoor terugkrijgen, zijn gereedschappen om de grootste knelpunten van onze soort op te lossen, plus tijd voor de bij uitstek menselijke interacties.”

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

De EHDS, PFAS en relatietherapie

De EHDS, PFAS en relatietherapie

Drie vragen die samensmolten

Vanmorgen lagen er bij toeval drie dingen samen op mijn bord: Een nieuwe opdracht over het nuttig hergebruik van gezondheidsgegevens, een artikel over de bizarre toename van depressieklachten bij vrouwen in de vijftig, en een theorie van een bevriende arts over PFAS: het verstoort hormonen, waardoor onze dochters mogelijk minder lang worden. In mijn hoofd smolt dit samen tot één grote onderzoeksvraag. Als PFAS zo’n impact heeft op hormonen, verklaart dat dan misschien ook waarom de overgang tegenwoordig zo heftig lijkt? En als we nog een stap verder speculeren: gaan vrouwen -toevallig- in de overgang scheiden, óf scheiden ze door klachten die hormonaal (of door milieuvervuiling) zijn aangejaagd?

PFAS en GGZ data combineren

Het antwoord is: nobody knows. Waarom niet? Omdat het op dit moment vrijwel onmogelijk is om op grote schaal data uit de geestelijke gezondheidszorg te koppelen aan andere datasets. Vanwege het stigma – en enorme juridische koudwatervrees – blijven ze achter slot en grendel. En dit is daarmee typisch een kwestie voor de European Health Data Space Regulation. Dat de EHDS nu een jaar in werking is, stemt mij als jurist hoopvol. Straks kun je als wetenschapper bij de nationale Health Data Access Body (HDAB) een vergunning aanvragen om dit soort prangende vragen te onderzoeken. Je krijgt dan toegang tot gepseudonimiseerde data in een zwaar beveiligde omgeving (een Secure Processing Environment). Zo kun je bijvoorbeeld gezondheidsdata over overgangsklachten eindelijk veilig combineren met geografische data over de verspreiding van PFAS.

EHDS zal de maatschappij dus veel brengen

Natuurlijk, speciaal voor GGZ-data gelden (terecht) de allerstrengste veiligheidswaarborgen. Maar we gaan weldegelijk van ‘data delen is een gunst’ naar ‘data voor onderzoek is een recht’ vanwege het enorme maatschappelijk belang. Want als blijkt dat milieuschade via onze hormonen leidt tot een toename in echtscheidingen of burn-outs, dan heeft de maatschappij iets anders nodig dan relatietherapie.

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

Het vrije verkeer van Zorg ICT

Vrije verkeer van zorg-ICT

Ontwerp van Zorg-adressering

Het Ministerie van VWS heeft onlangs een consultatie geopend voor het Globaal Technisch Ontwerp (GTO) van de Generieke Functie Adressering: een soort adresboek voor zorgverleners. Een belangrijke stap voor de Nederlandse zorg, maar als je dit document door een Europese bril bekijkt, dan zie ik toch enige spanning.

Nationaal gezondheidsrecht versus vrij verkeer

VWS lijkt vanuit het gezondheidsrecht (art. 168 lid 7 VWEU & de autonomie van lidstaten om hun zorgstelsels in te richten) te beredeneren dat deze inrichting is toegestaan. Het systeem leunt op typisch Nederlandse ankers: de Kamer van Koophandel (KvK) en het UZI/DEZI-register. Maar mijn juridische intuïtie zegt me dat we hier de bredere Europese marktregels over het hoofd zien. Werpt dit technische ontwerp niet een muur op voor buitenlandse ICT-leveranciers?

Kan je een KvK inschrijving eisen?

Als een Duitse softwareontwikkelaar (bijv. van een EPD-oplossing) wordt gedwongen om een Nederlandse KvK-inschrijving te hebben om hun systemen te kunnen koppelen aan het LRZa, dan raakt dat direct aan artikel 56 VWEU (het vrije verkeer van diensten) en aan de Europese Dienstenrichtlijn, die verbiedt dat lidstaten buitenlandse dienstverleners dwingen zich in een lokaal of nationaal register in te schrijven om hun digitale diensten te mogen leveren. Daarnaast lijkt zo’n gesloten nationale benadering mij haaks te staan op het beoogde nuttig effect van de eIDAS-verordening en van de European Health Data Space (EHDS). Die zijn er immers juist om grensoverschrijdende digitale frictie en ‘vendor lock-in’ op nationaal niveau af te breken.

Welk ander Ministerie weet hier meer van?

Zijn er experts op het gebied van Europees recht en/of de Dienstenrichtlijn die dit spanningsveld herkennen? Bouwt Nederland hier aan een juridisch onhoudbare digitale grens? Ik zou graag sparren met iemand die veel weet over het vrije verkeer van ICT-diensten, om te zien of mijn intuïtie klopt, en of het zinvol is om samen te reageren op deze consultatie. Misschien iemand van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ? Ik hoor graag jullie gedachten en suggesties voor experts.

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

De Wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal moet herschreven worden

De concept-WZL moet echt volledig herschreven worden

De WZL versus de EHDS

De European Health Data Space-Verordening gaat over data en dus niet over lichaamsmateriaal. De concept-Wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal gaat over materiaal en dus niet over data. Daarmee zou men dus op basis van de namen van de beide wetten, kunnen denken dat er geen overlap is. Dan zou er dus geen reden zijn om de WZL op deze website te bespreken. Ik bespreek het toch, omdat er meer overlap is dan men denkt. Als je data uit materiaal haalt, dan doe je en iets met data, en iets met materiaal. Daar komt bij dat de Aanwijzingen voor de Regelgeving (regels over hoe men wetten moet schrijven), bepalen dat er altijd goed moet worden nagedacht of nieuwe wetten echt nodig zijn. Bovendien moet zoveel mogelijk worden geharmoniseerd met bestaande regels. Bovendien denken velen (onterecht) dat de WZL weldegelijk over data uit materiaal gaat, terwijl de EHDS daar dus expliciet over gaat. Om deze drie redenen behandel ik hier toch de concept-WZL. Spoiler alert: het is bagger.

Waarom die WZL?

Allereerst iets over de achtergrond van de WZL. Voor wetenschappers is het meestal te doen om data uit het materiaal, niet om het materiaal zelf (tenzij men bijvoorbeeld materiaal nodig heeft voor een les chirurgie). Dat vinden ze zo logisch, dat de twee door elkaar worden gehaald. Voor juristen is lichaamsmateriaal echt iets anders dan data uit het materiaal. Voorheen was dit juridisch prima gescheiden. In de WGBO is er een wetsartikel over hergebruik van materiaal (7:467 BW) en een wetsartikel over hergebruik van patiëntgegevens (7:458). Omdat men veelal dus data uit materiaal wil halen, bepaalt de wet: “onder onderzoek met van het lichaam afgescheiden anonieme stoffen en delen wordt verstaan onderzoek waarbij is gewaarborgd dat het bij het onderzoek te gebruiken lichaamsmateriaal en de daaruit te verkrijgen gegevens niet tot de persoon herleidbaar zijn.” Zodra je dus patiëntgegevens uit het materiaal haalt, val je niet langer onder het artikel over het materiaal, maar onder het artikel over gegevens. Zo werd doublure voorkomen, en dat was prima geregeld. Het probleem is dat men in de loop der tijd het wetsartikel over materiaal anders is gaan lezen. Sommigen meenden dat als er herleidbare gegevens werden onttrokken, er altijd toestemming nodig was (mogelijk op grond van een ongeldige a contrario redenering toegepast op 7:467 BW?), terwijl het andere wetsartikel zegt (7:458 BW) : toestemming tenzij onredelijk.

Wat is anoniem?

Bovendien werd lichaamsmateriaal voorheen meestal beschouwd als anoniem: aan een druppel bloed kun je niet zien van wie het afkomstig is. Maar inmiddels kan men DNA uit een druppel bloed halen en dus betoogde men dat lichaamsmateriaal eigenlijk nooit meer anoniem is. Dat strookt niet met de Europese (AVG) jurisprudentie over wanneer iets een persoonsgegeven is. Daar wordt uitgegaan van een relatief begrip. Het is afhankelijk van de vraag wie de data verwerkt en wat die verwerking precies inhoudt, of de privacy in het geding is en of de AVG dus van toepassing is. Die (jurisprudentie over de ) AVG is relevant, omdat bij het schrijven van de Uitvoeringswet AVG (artikel 24) specifiek is verwezen naar de WGBO: het was de bedoeling dat deze artikelen hetzelfde zouden bepalen. Maar dit relatieve denken over persoonsgegevens lijkt geen effect te hebben gehad op het denken over lichaamsmateriaal. Mogelijk is dit veroorzaakt doordat de experts die hieromtrent worden aangehaald, medisch-wetenschappers en geen juristen zijn. Zij zullen hebben geconcludeerd dat materiaal technisch gezien nooit meer anoniem is, maar dat is iets anders dan de vraag of het juridisch gezien anoniem is.

Al die Biobanken...

Omdat de wet bepaalt dat men bij materiaal een opt-out kan uitoefenen tenzij het geen anoniem materiaal is, denken velen nu dat lichaamsmateriaal nooit anoniem is en er dus (bijna) altijd om toestemming moet worden gevraagd. Dat is voor wetenschappers vaak moeilijk werkbaar. Deze moeilijkheid zit wat mij betreft dus in een verkeerde lezing van de wetsartikelen en wat dit betreft was een wetswijziging mijns inziens dus ook niet nodig. Dat neemt niet weg dat tegelijkertijd de Tweede Kamer onrustig werd van het feit dat er inmiddels zeer veel materiaal (van miljoenen Nederlanders) opgeslagen bleek te liggen bij biobanken, zonder dat daar veel toezicht op wordt gehouden. Er moest dus een wet komen en dat argument is nog niet van tafel: en dus moet er “een” WZL komen. Maar de verwarring over materiaal versus data uit dat materiaal, is met deze concept-wet zeggenschap lichaamsmateriaal alleen maar groter geworden.

Dubbele regels

De WZL bepaalt zelf expliciet “Deze wet is van toepassing op handelingen met lichaamsmateriaal (…).” Dit is al problematisch. Allereerst omdat het artikel uit de WGBO bepaalde: dit artikel is van toepassing op lichaamsmateriaal, tenzij je er (herleidbare) data uithaalt, want dan val je onder het artikel over data. Deze tenzij-bepaling staat niet in de WZL. Dat betekent, dat als men persoonsgegevens uit lichaamsmateriaal haalt, men straks onder de WZL valt omdat het lichaamsmateriaal betreft, en men ook onder de AVG (en straks de EHDS) valt omdat het persoonsgegevens (en gezondheidsgegevens) betreft. Dat betekent dat je op grond van de WZL moet controleren of er bezwaar is gemaakt (via een apart systeem) terwijl er ook op grond van de EHDS moet worden gecontroleerd of er bezwaar is gemaakt in het Nationaal Zeggenschapsregister. Dit terwijl men de administratieve lasten juist wil verlagen en de Aanwijzingen voor de Regelgeving voorschrijven dat er zoveel mogelijk moet worden geharmoniseerd. Waarom er in de WZL niet wordt aangesloten bij de EHDS, is me dan ook een raadsel. Nota bene, er kan dus niet voor worden gekozen om het verkrijgen van data uit materiaal alleen onder de WZL te laten vallen, want dat is een Nederlandse wet, die de Europese AVG niet opzij kan zetten. Het moet dus andersom: er moet expliciet bepaald dat als men persoonsgegevens aan materiaal onttrekt, men niet meer onder de WZL maar onder de AVG valt. Dat ontbreekt nu.

Maar de WZL gaat dus niet over de data zelf

Maar het is bovendien problematisch, omdat het vrijwel iedereen ontgaat dat de WZL gaat over handelingen met materiaal (waaronder het eruit halen van data), maar dus niet over die data. Zelfs de Raad van State schreef onlangs in een advies: “Ook wordt een regeling geïntroduceerd voor de (verdere) verwerking van persoonsgegevens (over de gezondheid) voor deze situatie.” Dat is dus niet zo. Maar als zelfs de Raad van State hierover in verwarring verkeert, dan zal dat bij vrijwel het gehele veld zo zijn. Nog ernstiger wordt het als men nader bekijkt wanneer de wet exact van toepassing wordt: “Deze wet is van toepassing op handelingen met lichaamsmateriaal dat is (…) afgenomen (…) in verband met de geneeskunst (…) en met welke handelingen een ander doel wordt beoogd dan (…) zijn gezondheidstoestand te beoordelen.” Lichaamsmateriaal (zoals druppels bloed of een stukje huid) wordt veelal afgenomen ten behoeve van zorg aan een specifieke patiënt. Daarna wordt het opgeslagen, nog steeds voor die specifieke patiënt, vanwege de verplichting om bij te houden wat men doet en waarom. De WZL zal daarop dus niet van toepassing zijn, terwijl het artikel uit de WGBO over materiaal wordt ingetrokken. Dat betekent dat, zolang er geen wetenschapper interesse heeft in het materiaal, er geen regeling op van toepassing is. Maar het wordt nog vreemder. Want als een wetenschapper na drie jaar  interesse krijgt in het materiaal, dan wordt de WZL van toepassing en die bepaalt dan (in 2028) dat bij het afnemen informatie moet worden gegeven aan de patiënt. Maar dat was dus drie jaar eerder, in 2025. Hoe kan een wet nu bepalen dat deze van toepassing wordt in 2028, die dan op dat moment voorschrijft dan men drie jaar daarvoor iets moet doen? Ik begrijp het echt niet.

Niemand is eigenaar

Een volgend probleem is dat het wetsvoorstel lijkt te zijn gebaseerd op uitgangspunten die incorrect zijn. De Consultatieversie tweede nota van wijziging wetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal d.d. 10 juni 2024, verwijst viermaal naar een rapport. Dit bevat een aantal opmerkelijke stellingen. Zo is op p.55 te lezen: “Ons recht beschouwt van het lichaam afgescheiden materialen in eerste instantie als ‘voor menselijke beheersing vatbare stoffen’ (artikel 3:2 BW). Er kan dan van eigendom worden gesproken. Degene van wie het lichaamsmateriaal afkomstig is, wordt eigenaar van dat materiaal.” Dit is onjuist. Artikel 3:2 BW stelt “Zaken zijn de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten,” waar artikel 5:1 BW aan toevoegt: “Eigendom is het meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.” Dit kan-hebben brengt geenszins mee dat elke zaak vatbaar is voor eigendom. Je kan pas eigenaar zijn van een zaak, als die ook vatbaar is voor bezit, want je kan alleen eigenaar worden door bezitsverschaffing, inbezitneming, of bezit plus verjaring. Alles “buiten de handel” zoals dat al eeuwen geduid wordt, is niet vatbaar voor bezit en daarmee ook niet vatbaar voor eigendom. Als er onterecht te veel huid wordt weggesneden, is dit mogelijk mishandeling, maar men kan geen aangifte doen van diefstal bij de politie. Niemand is eigenaar van lichaamsmateriaal, zoals ook niemand eigenaar is van gezondheidsdata (men kan geen eigenaar kan zijn van “de zon is heet,” en dus ook niet van “de patiënt heeft koorts.”

Wel zeggenschap, maar harmoniseer

Gevoelsmatig vinden we dat de patiënt misschien iets van zeggenschap zou moeten hebben over dat lichaamsmateriaal, maar dit staat los van het concept eigendom. Op gelijke wijze heeft de patiënt op grond van de AVG zeggenschapsrechten over data om zijn privacy te beschermen, die dus geheel los staan van de vraag of er sprake is van eigendom. De AVG stelt dat altijd een afweging moet worden gemaakt tussen het belang van privacy versus het belang van datagebruik. En zo zou het ook moeten zijn bij lichaamsmateriaal. De WZL zou dan ook, waar mogelijk, zoveel mogelijk moeten aansluiten bij de AVG en de aanstaande EHDS, en de subtiele balans die in deze twee verordeningen gezocht wordt tussen het belang van privacy en het belang van vrije data. Maar de WZL sluit onterecht helemaal niet aan bij de EHDS. Wat dat betreft was het recente rapport van de Raad van State weldegelijk juist. Een dergelijk gebrek aan harmonisatie is in strijd met artikel 2.45 van de voornoemde Aanwijzingen voor de Regelgeving dat voorschrijft dat daar wel zoveel mogelijk naar gestreefd moet worden.

Lichamelijke integriteit niet in het geding

Dat er niet is gekozen voor maximale aansluiting bij de AVG en de EHDS, lijkt er bovendien mee samen te hangen (behalve dat data en materiaal door elkaar worden gehaald,) dat ook lichaam en lichaamsmateriaal door elkaar worden gehaald. Op het moment dat er materiaal wordt afgenomen van een patiënt, op dat moment, is de lichamelijke integriteit in het geding. Op het moment dat een sample vijf jaar later uit een archief getrokken wordt voor onderzoek, is dat niet meer het geval. Er zijn bij afname drie situaties te onderscheiden; afname voor zorg, afname voor zorg en onderzoek, en afname uitsluitend voor onderzoek. Op deze derde kwestie is de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen van toepassing (de WMO). Deze kent zware waarborgen ter bescherming van de gezondheid en lichamelijke integriteit van de patiënt. Er was onduidelijkheid over de vraag in hoeverre deze wet eveneens van toepassing was in situatie twee: bij afname van een extra buisje bloed. Ook in dat geval, is het lichaam van de patiënt in het geding en spelen er ethische vragen. Maar als er een bestaand sample uit de kast wordt getrokken voor onderzoek, dan spelen er uitsluitend privacy vraagstukken. 

Dus waarom een ethische toets?

De WZL bepaalt desondanks dat beheerders van materiaal altijd een reglement moeten hebben waarover een ethische commissie een positief oordeel heeft gegeven. Maar dat is heel vreemd voor de situatie waarin er helemaal geen ethische vragen zijn: de situatie waarin materiaal uitsluitend is afgenomen ten behoeve van zorg. Als men pas achteraf bedenkt dat dit materiaal wellicht ook nuttig kan zijn voor onderzoek, is de lichamelijke integriteit totaal niet in het geding. Dan speelt uitsluitend de vraag of de privacy van de patiënt voldoende wordt beschermd, waar de AVG en de EHDS al op zien. Waarom daartoe een Medisch Ethische Toetsingscommissie moet worden ingeschakeld, is onbegrijpelijk. Deze toestingscommissies zijn uitermate waardevol bij medisch onderzoek met mensen. Patiënten  die denken dat ze wellicht overlijden, zeggen op alles ja. En dan moet er dus een toetsingscommissie meekijken: of het risico voor de patiënt niet te groot is, of de kans op nuttig effect van het onderzoek niet te klein is. Die ethische constellatie speelt totaal niet bij het uit de kast trekken van een drie jaar eerder afgenomen stukje huid. En dus is het onbegrijpelijk waarom de ethische toetsingscommissie daarbij moet worden betrokken.  

Kortom: terug naar de tekentafel

Al met al is de WZL een ondoorgrondelijk wet, terwijl de Memorie van Toelichting nu juist stelt dat deze beoogt om duidelijkheid te bieden. Ook is de WZL niet in lijn met de Aanwijzingen voor de Regelgeving omdat niet optimaal wordt aangesloten bij de AVG en de EHDS. Daarom moet de concept-WZL gewoon van tafel. Geen kleine aanpassinkjes, zoals eerder het geval was. Er dient een geheel nieuwe WZL geschreven te worden (i) die dubbele toepassing van regels op eenzelfde handeling uitsluit, (ii) die zoveel mogelijk aansluit bij de AVG en de EHDS, (iii) die zeggenschap regelt via het Nationaal Zeggenschapsregister, (iv) die in navolging van de AVG kiest voor een risico- en belangenafweging en (v) die de ethische toets nalaat als de privacy wel, maar de lichamelijke integriteit niet in het geding is.

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

De rechtsstaat voor medisch wetenschappers

De rechtsstaat voor medisch wetenschappers

We hebben tegenwoordig een (best) goed functionerende overheid. Er wordt weleens vergeten dat dit vroeger anders was, of dat dit in veel andere landen nog steeds niet zo is. Juristen leren tijdens hun opleiding dat het belangrijk is om de rechtsstaat te blijven verdedigen, zodat we nooit terugvallen naar een dictatuur. Als medisch wetenschapper kun je denken dat dit niet jouw taak is, dat je er niets vanaf hoeft te weten. Niets is minder waar. Begrip van de Trias Politica is bijvoorbeeld van belang om te weten wanneer je de Autoriteit Persoonsgegevens kan negeren. Ook is het nuttig als je begrijpt dat een lobbycampagne start met de vraag of het Ministerie van VWS wel de juiste plek is. Daarom zet ik hier voor medisch wetenschappers enige basisprincipes uiteen.  

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft weleens ongelijk

Een belangrijk onderdeel van onze rechtsstaat is de machtenscheiding, de Trias Politica. De wetgevende macht stelt de regels op (een Ministerie schrijft een concept-wet, maar het Parlement besluit). Voor zover de regels vaag zijn of er sprake is van uitzonderingen, geeft de rechtsprekende macht nadere invulling. Daarnaast hebben we de uitvoerende macht waar ook de handhavende instanties onder vallen. Zij kunnen boetes opleggen. Om machtsmisbruik te voorkomen, mogen zij echt alleen uitvoeren en geen regels opstellen of interpreteren. Dit betekent dat een instantie zoals de Autoriteit Persoonsgegevens niet kan  bepalen wat het recht inhoudt (zo ook Zwenne en Hallinan p.27). De positie van de AP is hetzelfde als die van een politieagent. Deze kan wel bepalen dat bijvoorbeeld inbraken meer prioriteit krijgen dan wildplassen, maar hij kan niet zelf bepalen dat kinderen op een fatbike voortaan een boete krijgen. Op gelijke voet kan de AP wel vinden dat iets tot haar takenpakket behoort, maar als dat niet in de AVG staat, dan kan er geen boete worden opgelegd. Ook wat op de website van de AP staat, is niet per definitie juist. Net als de “opinies” van de EDPB zijn ze precies dat: een mening, waarvan uiteindelijk de rechter bepaalt of die juist is. Op gelijke wijze is het nuttig om bij gedragsregels van de IGJ de vraag te stellen of deze nu echt duidelijk uit een wet voortvloeien. Want zo niet, dan kan op grond van het legaliteitsbeginsel geen boete opgelegd bij het negeren van dergelijke regels. Een kritische houding is geen burgerlijke ongehoorzaamheid, maar een belangrijke bescherming van de rechtsstaat.

Stichting Proefprocessen nuttig voor duidelijkheid

Hieraan gerelateerd is het volgende punt: als er een probleem wordt geconstateerd, dan moet op de juiste plek om een oplossing worden gevraagd. Bijvoorbeeld; de AVG is een erg onduidelijke wet. De medisch-wetenschappelijke sector kijkt vragend naar het Ministerie van VWS voor duiding. Maar dit Ministerie kan helemaal geen uitleg geven aan een bestaande wet, die bovendien niet van haar afkomstig is. De AVG zou herschreven kunnen worden, maar dat kan alleen het Europees Parlement doen. Het heeft ook geen zin als ZonMw iemand betaalt voor het schrijven van gedragsregels of codes. Want als die niet daadwerkelijk door rechters worden gebruikt om invulling te geven aan een vage wet, dan hebben die codes domweg geen enkele juridische status. De AVG kan uitsluitend verduidelijkt worden door rechters, maar daarvoor zal men dus concrete vragen moeten voorleggen aan de rechtbank. Over het algemeen is men wars van procederen, maar maatschappelijk gezien hebben procedures een belangrijke functie: het recht wordt daar verduidelijkt. Daarom is het veel nuttiger als bijvoorbeeld de KNAW samen met de FNV een stichting proefprocessen voor medisch-wetenschappers opricht. Overigens is rechten geen harde wetenschap (daarom heet de studie dus rechtsgeleerdheid.) In veel conflicten is er voor beide kanten wel wat te zeggen; anders zou er niet zo vaak doorgeprocedeerd worden tot aan de hoogste rechter. Het is argumentatieleer op hoog niveau. Partijen die hiervan doordrongen zijn, weten dat argumenten van hoogleraren zwaar wegen, reden waarom weleens de portemonnee getrokken wordt om een bijzonder hoogleraar aan te stellen; dat is gewoon een vorm van lobbyen. 

En check of je echt bij het juiste Ministerie zit

Wil men een nieuwe wet, dan moet men zich bovendien tot het juiste Ministerie wenden. Er wordt bijvoorbeeld geklaagd dat het BSN niet (of niet altijd?) gebruikt mag worden door wetenschappers om bestanden te koppelen. Men gebruikt regelmatig de (gepseudonimiseerde) NAW gegevens, maar dat is qua privacy slechter en leidt ook tot meer fouten. Er wordt dus gelobbied voor een aanpassing in de wet bij het Ministerie van VWS. Maar het BSN-verbod staat in de uitvoeringwet bij de AVG. Dan is het ook logisch om in diezelfde wet een regel op te nemen dat het BSN door wetenschappers gebruikt mag worden. Het is immers niet logisch om voor medische wetenschappers andere regels te schrijven dan voor sociale wetenschappers of criminologen. Het Ministerie van Justitie gaat over de (U)AVG en daarom is Justitie de juiste plek om te lobbyen voor een wetswijziging. En mocht men het niet eens worden over het juiste Ministerie voor een concept-wet, bedenk dan dat alle wetten uiteindelijk aangenomen worden door het Parlement. Een lobby bij de Tweede Kamer (die iets kan toevoegen aan een wetsvoorstel dat al ter tafel ligt)  is dus logischer dan bij VWS, als het gaat over het adresseren van de BSN kwestie

Conflictregels en logisch redeneren

Ook verder loont het de moeite om af en toe stil te staan bij het grotere rechtssysteem en de exacte rolverdeling. Zo zijn er de conflictregels. Tegenwoordig gaan er veel mensen aan de haal met de term “lex specialis.” Ze noemen iets een bijzondere wet, die dus voorgaat. Dat is te kort door de bocht. Allereerst moet men checken of er sowieso sprake is van twee verschilende regels die een andere kant uitwijzen. Zonder conflict, geen toepasselijkheid van conflictregels. Vervolgens is het belangrijk vast te stellen dat er een volgorde zit in de conflictregels: (i) hoger recht gaat altijd voor lager recht, (ii) bijzonder recht gaat voor algemeen recht en (iii) nieuw recht gaat voor oud recht. De tweede regel, de lex specialisregel, wordt dus uitsluitend toegepast als men er met de eerste regel niet uit komt. Gevolg hiervan is dat een bijzondere maar lagere wet (zoals de WGBO) nooit Europees recht opzij kan zetten. Wat wel mogelijk is, is dat een nationale wet (de wet politiegegevens) van toepassing is in plaats van de AVG, omdat de AVG zelf bepaalt dat die niet van toepassing is op politiegegevens. Maar dat maakt van de WPG nog geen lex specialis. Pas ook op voor ongeldige redeneringen. Als een wet bepaalt dat een dossier twee jaar moet worden bewaard, dan is er dus niets bepaald over wat er in het derde jaar moet gebeuren. Er staat niet in de wet dat het dossier na twee jaar moet worden vernietigd; dat hangt af van de vraag of er na die 2 jaar een andere goede reden dan de wet is, om het alsnog te bewaren. 

De WGBO is contractenrecht

Ook verder loont het de moeite om af en toe stil te staan bij het grotere rechtssysteem. Zo wordt vaak over het hoofd gezien dat de WGBO een onderdeel is van het contractenrecht; het staat gewoon in het burgerlijk wetboek tussen het huurrecht en het arbeidsrecht. Dat brengt drie dingen mee; allereerst is het zacht als boter. Het contractenrecht staat namelijk vol met open normen zoals de redelijkheid & billijkheid en de goeder trouw. Wat een zorgovereenkomst in een concreet geval inhoudt, wordt dus niet puur door de letter van de WGBO bepaald, maar net zo goed door de omstandigheden van het geval, en wat partijen in redelijkheid van elkaar mochten verwachten. Bovendien is de WGBO, als onderdeel van het contractenrecht ‘remedierecht.’ Dat betekent dat het geschreven is, voor als een partij niet doet wat er is afgesproken. Stel bijvoorbeeld dat een arts gegevens beschikbaar heeft gesteld voor onderzoek zonder toestemming te vragen. Dan kan men dat aan een rechter voorleggen, maar die toetst gewoon: is er wanprestatie? Check. Is er schade? Waarschijnlijk niet, behalve dat het vervelend wordt gevonden. En is er bewijs van causaal verband tussen de wanprestatie en die schade? Je zult begrijpen dat de patiënt niet altijd zoveel kan met de medische geheimhoudingsplicht in de WGBO (wel in de wet BIG dus). Dit geldt temeer omdat hij mogelijk 250 euro schadevergoeding kan krijgen, maar de procedure (zonder toevoeging) al snel 5.000 euro kost. De WGBO wordt namelijk, anders dan men denkt, alleen door de civiele rechter toegepast. De IGJ moet zich immers, op grond van het specialiteitsbeginsel beperken tot die wetten waarin staat dat ze worden gehandhaafd door de IGJ, en dat is bij de WGBO dus niet het geval. Kortom, staar je niet blind op de inhoud van een enkele regel en beoordeel het altijd in het grotere systeem.

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

Het al bestaande vrije verkeer van gezondheidsgegevens

Het (al bestaande) vrije verkeer van gezondheidsgegevens

Mijn data in mijn land?

In de discussies over het hergebruik van gezondheidsgegevens, wordt vaak gepraat over landsgrenzen. Dit secundaire gebruik is iets waarbij de juiste balans moet worden gevonden tussen enerzijds privacy en anderzijds het belang van bijvoorbeeld wetenschappelijk onderzoek of het kunnen toetsen of bepaald beleid werkt. De privacy-aanhangers vinden veelal dat bij hergebruik “onze” data de grens niet over mogen, of dat je in elk geval in het Nationaal Zeggenschapsregister moet kunnen aangeven dat dit met “jouw” data niet mag. Wetenschappers stellen daartegenover dat bijvoorbeeld bij zeldzame ziektes, ze hun werk eigenlijk alleen goed kunnen doen als data uit verschillende landen kunnen worden gebruikt. Daarom verwelkomen ze de EHDS, waarin onder andere staat dat ze data uit heel Europa zullen kunnen opvragen. Wat beide partijen over het hoofd zien, is dat er allang binnen de EU een vrij verkeer van gezondheidsdata bestaat.

Europees recht over data

Een van de doelstellingen van de EHDS is: het vrije verkeer van gezondheidsgegevens ondersteunen. Er staat “ondersteunen” want dit vrije verkeer is er al. Volkomen onopgemerkt, is hetgeen bepaald is in artikel 1 van de AVG: “Het vrije verkeer van persoonsgegevens in de Unie wordt noch beperkt noch verboden om redenen die verband houden met de bescherming van natuurlijke personen ten aanzien van de verwerking van persoonsgegevens.” De AVG is alleen van toepassing op persoonsgegevens (waarbij men redelijkerwijs kan achterhalen over welke personen het gaat). Daarom bestaat hiernaast de volstrekt onbekende Verordening 2018/1807 betreffende “het vrije verkeer van niet-persoonsgebonden gegevens in de Europese Unie.” De Open Datarichtlijn 2019/1024 bepaalt verder: “De voorwaarden voor het hergebruik van documenten mogen niet discriminerend zijn voor vergelijkbare categorieën van hergebruik, met inbegrip van hergebruik over de landsgrenzen heen.”

Wetenschappers kunnen dit nu al gebruiken

Het vrije verkeer van diensten en goederen in de EU ontstond in 1993, met de invoering van de interne markt. Al snel daarna realiseerde men zich dat de interne markt niet mogelijk was zonder ook een vrij verkeer van data. Gegevensbescherming kan prima in de wet van een losse lidstaat geregeld worden, maar voor het vrije verkeer was het harmoniseren (gelijktrekken) van wetgeving nodig. Juist het vrije verkeer van data was dus een belangrijk doel van de AVG, vandaar dat het in artikel 1 staat. Dit alles houdt in dat men ook nu al rechtstreeks data kan aanvragen bij bijvoorbeeld FinData. Dit verzoek mag niet anders behandeld worden dan het verzoek van Finse onderzoekers, want er geldt bovendien een discriminatieverbod tussen Europeanen. Er mag dus bij een aanvraag geen onderscheid gemaakt worden tussen Nederlandse of Finse wetenschappers. De EHDS maakt het straks mogelijk dat men met een enkele aanvraag bij de Nederlandse HDAB data opvraagt uit heel Europa. Maar het zou goed zijn als wetenschappers en statistici zouden weten dat het ook nu al verboden is om data bij een binnengrens (een grens tussen EU-landen) tegen te houden. Zij kunnen dus per direct in heel Europa verzoeken indienen om met gezondheidsdata te werken.

Zeggenschap hetzelfde voor de hele EU

En patiënten kunnen straks via een Nationaal Zeggenschapsregister bezwaar maken tegen bepaald hergebruik van data die over hen gaan. Het Ministerie van VWS moet nu uitdokteren hoe dit register er precies uit gaat zien. Maar het is dus op grond van Europees recht verboden om dit register zo in te richten dat Nederlandse wetenschappers wel kunnen werken met “onze” data, maar Belgische wetenschappers niet. Als je bedenkt dat die wetenschappers proberen om een medicijn te vinden tegen bijvoorbeeld kanker, een medicijn dat vervolgens internationaal beschikbaar zal komen, dan is het bijzonder logisch dat een wetgever ervoor zorgt dat elke wetenschapper in de EU toegang krijgt tot data, en niet alleen die van onze eigen academische ziekenhuizen. Overigens mogen op grond van de AVG data nu ook al stromen naar landen ten aanzien waarvan een adequaatheidsbesluit is genomen door de EU. Dat houdt in dat men in Brussel vindt dat de privacy afdoende beschermd wordt in bijvoorbeeld Japan. Landen als Japan kunnen zich op termijn aansluiten bij de EHDS, maar omdat ze geen onderdeel zijn van de EU, mag er wel in het Nationale Zeggenschapsregister worden gevraagd of je er bezwaar tegen hebt dat data over jou ook stromen richting dergelijke niet-EU landen.

Dus het BSN mag ook niet tegengehouden worden

Nota bene: dit vrije verkeer van data was dus bedoeld om het vrije verkeer van goederen en diensten binnen de EU te ondersteunen. En de gedachte daarvan was; hoe groter de markt, hoe meer concurrentie, wat zal leiden tot hogere kwaliteit tegen lagere grenzen. Brussel wil dat een goede wijnboer in Italië rechtstreeks kan verkopen aan mensen in Wassenaar. Op gelijke wijze moet een goede radioloog rechtstreeks MRI’s in Griekenland kunnen beoordelen. Daardoor komt in Europa betere zorg beschikbaar tegen een lagere prijs. Het dataverkeer dat daaronder ligt, mag zoiets niet in de weg staan. In Nederland zijn er mensen die denken dat het BSN niet over de grens gebruikt mag worden, omdat er nergens in de wet staat dat dit mag. Maar dat lijkt mij dus typisch iets dat, als ons Nederlandse recht dat inderdaad zou meebrengen, onverbindend is op grond van artikel 1 AVG. Persoonsgegevens mogen niet worden tegengehouden aan een EU binnengrens en dat geldt ook voor het BSN. 

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.

Wanneer kan je medische gedragsregels negeren?

Wanneer kun je medische gedragsregels negeren?

Op Linked-in klagen artsen en medisch-onderzoekers regelmatig over onwerkbare regels. Bijvoorbeeld dat je als radioloog, voor het gebruik van een door iemand anders gemaakte MRI-scan toestemming moet vragen van de patiënt, en dat die toestemming dan maar 72 uur geldig zou zijn. Mijn antwoord daarop is; als het niet in de wet staat, dan kan je het wellicht negeren. Dan krijg ik een stortvloed aan reacties. Tandartsen en pathologen leggen mij uit dat het gedragsregels zijn die ook de IGJ hanteert en die “dus” niet genegeerd kunnen worden. Aan hen bij deze de uitleg waarom en wanneer bepaalde (maar niet alle) gedragsregels weldegelijk genegeerd kunnen worden.

Soft law is geen recht

Gedragsregels zijn soft law en anders dan de naam doet vermoeden, is dat (net als ethiek) geen recht. Het zijn regels volgend uit ethiek, onderling afgestemde gedragingen, of contractuele afspraken waar men zich aan houdt, maar het is geen recht. Soft law wordt onder meer gehanteerd, als men geen wetten kan uitvaardigen of handhaven, zoals in internationaal recht. Ook wordt soft law gehanteerd als men geen formele wet wil uitvaardigen, omdat het flexibeler is en men bijvoorbeeld wil afwachten hoe een nieuw maatschappelijk fenomeen zich gaat ontwikkelen (zoals bij franchise). Ook kiest men soft law als de sector zelf veel expertise en goede bedoelingen heeft. De sector wordt dan gevraagd om regels op te stellen. Soft law is voor dit alles fantastisch. Maar met soft law kun je niet om de regel heen (artikel 5:4 Algemene Wet Bestuurecht) die bepaalt dat de bevoegdheid tot het opleggen van een boete slechts bestaat voor zover zij bij of krachtens de wet is verleend. 

Er moet een open norm zijn

Maar binnen de gezondheidszorg wordt soft law behandeld als onderdeel van het recht. Soms is dat juist, maar soms ook niet. Soft law kan uitsluitend recht worden als er een open norm in de wet staat. Een voorbeeld van een dergelijke open norm is: “De zorgaanbieder biedt goede zorg aan.” Wat is dan goede zorg? Dat houdt iets anders in voor een kinderpsychiater dan voor een hartchirurg, en het is anders in 1995 dan in 2025. En dus zijn er allerlei gedragsregels en protocollen aan de hand waarvan (tucht)rechters invulling geven aan het begrip goede zorg. Maar bijvoorbeeld de Coreon Gedragscode vereist dat een medisch-ethische commissie wordt ingeschakeld bij het vermoeden dat een onderzoek vanuit privacy oogpunt vragen kan oproepen, wat zo is als zonder toestemming persoonsgegevens worden gebruikt.” Er staat nergens in de wet een open norm waar dit uit zou kunnen volgen en dus is deze regel geen onderdeel van het recht.

Er moet een rechter zijn die dit zo doet

Het tweede dat nodig is om van soft law recht te maken, is een (tucht)rechter die daadwerkelijk die gedragsregels gebruikt om invulling te geven aan de open norm. Denk aan de Trias Politica: de wetgever kan wetten schrijven, de rechtsprekende macht zegt hoe dit er in praktijk precies uitziet. De executieve macht voert uit, maar kan geen regels schrijven. Bijvoorbeeld de politie kan niet zelf verzinnen dat kinderen op fatbikes voortaan boetes krijgen. En hoe de AVG gelezen moeten worden, daar kan de Autoriteit Persoonsgegevens wel wat van vinden, maar meer dan dat is het niet. De Europese rechter zei onlangs over de European Data Protection Board precies dat: een “opinion” is alleen maar een mening. Ook de IGJ heeft dus alleen maar een mening, en kan geen regels schrijven. De IGJ kan inderdaad boetes opleggen aan de hand van gedragsregels, maar het is vervolgens aan de rechtsprekende macht om te controleren of die boete terecht is, of dat deze vernietigd moet worden.

En het moet voldoen aan het bestuursrecht

En bij die toets, kijkt de rechter dus of er sowieso sprake is van een open norm, die met een gedragsregel ingevuld zou kunnen worden. Bovendien toetst die rechter of voldaan is aan alle bestuursrechtelijk beginselen, zoals het rechtszekerheidsbeginsel en het legaliteitsbeginsel. Of wat dacht u van de regel: geen straf zonder schuld? Was er bovendien geen sprake van een noodgeval of een uitzondering? Aan dat alles toetst een rechter, maar dan moeten jullie artsen en onderzoekers het natuurlijk wel aan die rechter voorleggen. Hij kan niet uit zichzelf aan het werk. Dus als jullie van mening zijn dat de IGJ of de AP te ver gaat, gooi dan gewoon een keer je kont tegen de krib en ga in beroep bij de bestuursrechter. Die is namelijk bedoeld om jou en de rechtsstaat te beschermen. Let bij de beoordeling van de vraag of een gedragsregel misschien onverbindend zou kunnen zijn, goed op de vraag of we het hebben over de WGBO of over het bestuursrecht. De wgbo is een onderdeel van het contractenrecht en dat is inhoudelijk zo zacht als boter: daar geldt altijd de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid, wat betekent dat er dus altijd een open norm is, waarlangs soft law onderdeel kan zijn geworden van het recht. Maar het in bestuursrecht (alles wat kan leiden tot een boete) geldt dus het legaliteitsbeginsel en is er daarom veel minder ruimte voor soft law. 

En zo niet, dan negeer je dit dus.

Kortom: bepaalde gedragsregels of protocollen zijn inderdaad onderdeel van het recht, maar dat geldt niet voor alle gedragsregels. Wanneer moet je als arts of medisch onderzoeker wel een gedragsregel volgen? (i) Als er een open norm in de wet staat, zoals “goed zorgverlener,” wat dus in het contractenrecht veel vaker het geval is dan in het bestuursrecht, (ii) als een (tucht)rechter er daadwerkelijk toe is overgegaan om die gedragsregels te gebruiken om invulling te geven aan de open norm en (iii) als dit alles rechtmatig is, voorspelbaar, en het schenden van de regel bovendien verwijtbaar was en er dus geen noodsituatie o.i.d. was. Is dat alles niet het geval? Negeer de gedragsregel dan, als deze ertoe leidt dat je een minder goede zorgverlener bent. Want daar draait het uiteindelijk natuurlijk om; dat je probeert een goede zorgverlener te zijn. 

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

The EHDS prescribes a comprehensive and uniform assessment by the HDAB. A separate ethical assessment adds nothing and hinders science.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

Het recht is iets anders dan ethiek

Het recht is iets anders dan ethiek

Is ethiek hoger? Of juist het recht?

Voor een goed begrip van ons rechtssysteem en de vraag wat de EHDS ons gaat brengen, is het belangrijk om een scherp onderscheid te maken tussen recht en ethiek. Moraal is de vraag of we iets juist vinden en de onderbouwing daarvan is ethiek (al worden ze ook samen aangeduid als ethiek). Het is dus een beargumenteerd waardeoordeel. Het recht daarentegen is het geheel van regels die bepalen wat we wel of niet mogen doen. Sommigen vinden dat ethiek hoger staat dan het recht, belangrijker is, waardevoller. Anderen vinden dat ethiek gewoon maar een mening is, terwijl het recht door de meerderheid van de samenleving via het democratisch proces is vastgesteld. Dat is dus waardevoller dan ethiek. De vraag wie gelijk heeft is irrelevant, als het verschil maar goed begrepen wordt, en hoe zij zich tot elkaar verhouden.

Recht is regels plus toepassing

Deze regels van het recht worden door de wetgevende macht vastgesteld en vervolgens door rechtbanken toegepast in een concrete casus: bijvoorbeeld bij de vraag of iemand schadevergoeding moet betalen. Het recht is dus het totaal van regels, zoals deze door rechtbanken in concrete gevallen toegepast worden. Het systeem zit daarbij zo in elkaar dat de hoogste rechter uiteindelijk altijd gelijk heeft; wat de hoogste rechter zegt dat het recht is, is daarmee per definitie het recht. Zo wordt consistentie bereikt in de toepassing van het recht, waardoor de samenleving haar gedrag erop kan aanpassen. Als de wet heel duidelijk is, dan voegt de rechter daar weinig aan toe, maar regels zijn vaak wat vaag; rechters werken die dan uit. Het recht is dus een optelsom van toegepaste regels.

Ethiek vult aan en vormt nieuw recht

Ethiek kan door rechters gebruikt worden om open normen in te vullen, zoals het geval is bij de term “goede zorg” of “naar redelijkheid en billijkheid.” Dergelijke vage termen worden uitgelegd met behulp van interpretatiemethoden zoals de dogmatiek (wat vinden hoogleraren), de wetsgeschiedenis (wat is er in het parlement besproken), een puur taalkundige toepassing, of dus ethiek. Maar wanneer er geen sprake is van een open norm, wanneer het glashelder is wat een regel in een concreet geval meebrengt, dan kan ethiek niet echt een rol spelen; bijvoorbeeld bij een wettelijke termijn van drie jaar. Ethiek wordt dus gebruikt om invulling te geven aan open normen. Daarnaast is ethiek een belangrijke leidraad bij de vraag hoe toekomstig recht eruit zou moeten zien. Het is dan een argument voor een aanpassing in de wet door de wetgever. Op die manier wordt in een democratische samenleving bereikt dat recht en ethiek niet enorm verschillen, maar dat is dus niet per definitie het geval. Het recht wordt wel “gestolde ethiek” genoemd binnen de gezondheidszorg. Maar dat is dus uitsluitend het geval als ethiek invloed heeft gehad op het ontstaan of de invulling van recht. De regels over hoe men precies een BV kan oprichten is geen gestolde ethiek, en het recht van nazi Duitsland was wel recht, maar niet ethisch.

Een beschrijving van het recht is niet onethisch

In discussies over het recht rond medisch wetenschappelijk onderzoek, waaraan vaak ethische aspecten kleven, worden ethiek en recht regelmatig verward. Dit bemoeilijkt de discussies, reden waarom het belangrijk is om ze duidelijk te onderscheiden. Men kan voelen dat het zo zou moeten zijn dat je bijvoorbeeld een eigendomsrecht hebt op data over jouzelf, maar zolang er geen wettelijke bepaling of jurisprudentie is (uitspraken van rechters,) die een dergelijk recht creëren, heeft men zo’n recht niet. Men kan op ethische gronden vinden dat een opt-in voor secundair gebruik van data beter zou zijn, maar zodra de EHDS van kracht is, bepaalt deze Europese wet dat een opt-out voldoende is. Juristen die uitleggen wat in de wet staat, krijgen weleens het verwijt dat wat zij schrijven onethisch is. Maar zij doen geen uitspraak over ethiek, ze leggen alleen uit hoe bepaalde regels (waarschijnlijk of zeker) gelezen moeten worden. 

Dit vond het Europees parlement er dus van

Ethiek wordt dus gebruikt om open normen in te vullen. Daarnaast is het een argument bij het schrijven van nieuwe wetten. Dit geldt evengoed voor de wetgevers in Brussel. Alle inwoners van Europa zijn weleens patiënt. Zij hebben gezamenlijk gestemd wie er plaats mag nemen in het Europees Parlement. Aldaar is recentelijk besloten dat een opt-out voldoende is. Kennelijk vond de meerderheid dit ethisch. 

In Nederland heerst een hardnekkig misverstand. Veel semi-overheidsinstellingen en geprivatiseerde publieke diensten denken dat ze geen data beschikbaar hoeven te maken. De juridische realiteit is anders. De EU schrijft voor dat hoogwaardige datasets beschikbaar moeten worden gemaakt in het belang van innovatie en economische groei. Dus wetenschappers en ondernemers: grijp deze kans.

ethische toets EHDS datavergunning

De EHDS schrijft al een uitgebreide toets voor. Een extra nationale ethische beoordeling als voorwaarde voor een datavergunning voegt niets toe en schaadt innovatie.

EPD EHDS Brusselse eisen

Ziekenhuizen en IT-leveranciers krijgen te maken met Europese eisen voor elektronische patiëntendossiers. De EHDS en de Nederlandse Wegiz botsen op essentiële punten.