Spring naar inhoud
Terug naar de verordening
Artikel 45

Behandeling van niet-naleving

  1. Wanneer een markttoezichtautoriteit vaststelt dat sprake is van niet-naleving, verlangt zij van de fabrikant van het desbetreffende EPD-systeem, de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant en alle andere relevante marktdeelnemers dat zij binnen een specifieke termijn, toereikende corrigerende maatregelen nemen om het EPD-systeem in overeenstemming te brengen. Deze vaststellingen van niet-naleving omvatten, maar zijn niet beperkt tot, het volgende:

    a) het EPD-systeem is niet in overeenstemming met de essentiële vereisten van bijlage II of de gemeenschappelijke specificaties bedoeld in artikel 36;

    b) de technische documentatie is niet beschikbaar, is onvolledig of is niet in overeenstemming met artikel 37;

    c) er is geen EU-conformiteitsverklaring opgesteld of ze is niet correct opgesteld overeenkomstig artikel 39;

    d) de CE-conformiteitsmarkering is in strijd met artikel 41 aangebracht of is niet aangebracht;

    e) de in artikel 49 bedoelde registratieverplichtingen zijn niet nagekomen.

54/96 ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/327/oj

  1. Wanneer de fabrikant van het desbetreffende EPD-systeem, de gemachtigde vertegenwoordiger van de fabrikant of elke andere relevante marktdeelnemer niet binnen een redelijke termijn toereikende corrigerende maatregelen neemt, treffen de markttoezichtautoriteiten alle passende voorlopige maatregelen om het op de markt van hun lidstaten aanbieden van het EPD-systeem te verbieden of te beperken of om het EPD-systeem in de betrokken lidstaat terug te roepen of uit de handel te nemen.

De markttoezichtautoriteiten brengen de Commissie en de markttoezichtautoriteiten van de andere lidstaten onverwijld van die voorlopige maatregelen op de hoogte. Hierbij wordt informatie verstrekt over alle bekende bijzonderheden, met name de gegevens die nodig zijn om het niet-conforme EPD-systeem te identificeren en om de oorsprong van het EPD-systeem, de aard van de vermeende niet-naleving en van het risico, de aard en de duur van de door de markttoezichtautoriteiten getroffen maatregelen en de door de relevante marktdeelnemer aangevoerde argumenten vast te stellen. De markttoezichtautoriteiten vermelden met name of de niet-naleving een van de volgende oorzaken heeft:

a) het EPD-systeem voldoet niet aan de essentiële vereisten van bijlage II;

b) er is sprake van tekortkomingen met betrekking tot de in artikel 36 bedoelde gemeenschappelijke specificaties.

  1. Andere markttoezichtautoriteiten dan de markttoezichtautoriteiten die de procedure krachtens dit artikel in gang hebben gezet, brengen de Commissie en de markttoezichtautoriteiten van de andere lidstaten onverwijld op de hoogte van door hen genomen maatregelen, van aanvullende informatie over de niet-naleving door het EPD-systeem waarover zij beschikken, en van hun bezwaren indien zij het niet eens zijn met de genomen nationale maatregel;

  2. Indien binnen drie maanden na ontvangst van de in lid 2, tweede alinea, bedoelde informatie geen bezwaar tegen een voorlopige maatregel van een markttoezichtautoriteit is aangetekend door een markttoezichtautoriteit van een andere lidstaat of de Commissie, wordt die maatregel geacht gerechtvaardigd te zijn.

  3. Wanneer de in lid 1 bedoelde niet-naleving voortduurt, neemt de betrokken markttoezichtautoriteit alle passende maatregelen om het op de markt aanbieden van het EPD-systeem te verbieden of te beperken, of om ervoor te zorgen dat het systeem wordt teruggeroepen of uit de handel wordt genomen.