Spring naar inhoud
Terug naar de verordening
Overweging 9

Overweging 9

De bij Verordening (EU) 2016/679 verleende rechten moeten van toepassing blijven. Het recht van natuurlijke personen op inzage van gegevens, zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2016/679, moet in de gezondheidszorg verder worden aangevuld. Op grond van die verordening hoeven verwerkingsverantwoordelijken niet onmiddellijk toegang te verlenen. Het recht van inzage in gezondheidsgegevens wordt op veel plaatsen gewoonlijk nog altijd ten uitvoering gelegd door de gevraagde gezondheidsgegevens op papier of als gescande documenten te verstrekken, wat tijdrovend is voor de verwerkingsverantwoordelijke, bijvoorbeeld een ziekenhuis dat of een andere zorgaanbieder die toegang verleent. Die situatie vertraagt de toegang van natuurlijke personen tot gezondheidsgegevens en kan negatieve gevolgen hebben voor hen indien zij deze om dringende redenen in verband met hun gezondheidstoestand onmiddellijk moeten inzien. Daarom moet natuurlijke personen een efficiëntere manier worden geboden om toegang te krijgen tot hun eigen persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens. Zij moeten het recht hebben van kosteloze en onmiddellijke toegang — met inachtneming van de behoefte aan technologische uitvoerbaarheid — tot specifieke prioritaire categorieën persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens, zoals de essentiële patiëntgegevens, via een dienst voor toegang tot elektronische gezondheidsgegevens. Dat recht moet gelden ongeacht de lidstaat waarin de persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens worden verwerkt, het soort zorgaanbieder, de bronnen van die gegevens of de lidstaat van aansluiting van de natuurlijke persoon. Het toepassingsgebied van dat bij de onderhavige verordening vastgestelde aanvullende recht en de voorwaarden voor de uitoefening ervan verschillen op bepaalde vlakken van het recht van inzage van persoonsgegevens uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679, dat betrekking heeft op alle persoonsgegevens die in het bezit zijn van een verwerkingsverantwoordelijke en wordt uitgeoefend tegen een individuele verwerkingsverantwoordelijke, die vervolgens maximaal een maand de tijd heeft om op het verzoek in te gaan. Het recht van inzage in persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens uit hoofde van de onderhavige verordening moet beperkt zijn tot de categorieën gegevens die binnen het toepassingsgebied ervan vallen, moet worden uitgeoefend via een dienst voor toegang tot elektronische gezondheidsgegevens en moet onmiddellijk antwoord bieden. De rechten uit hoofde van Verordening (EU) 2016/679 moeten van toepassing blijven opdat natuurlijke personen zich kunnen beroepen op de rechten uit hoofde van beide rechtskaders, met name het recht op een papieren kopie van de elektronische gezondheidsgegevens.