Overweging 70
De instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens moeten in verband met hun taken vergoedingen in rekening kunnen brengen, rekening houdend met de horizontale regels van Verordening (EU) 2022/868. Bij dergelijke vergoedingen kan rekening worden gehouden met de situatie en de belangen van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), individuele onderzoekers of openbare lichamen. De lidstaten moeten met name maatregelen kunnen vaststellen voor instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens in hun rechtsgebied, die het mogelijk maken om voor bepaalde categorieën van gebruikers van gezondheidsgegevens lagere vergoedingen in rekening te brengen. De instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens moeten de kosten van hun activiteiten kunnen dekken met vergoedingen die op evenredige, gerechtvaardigde en transparante wijze worden vastgesteld. Dit zou kunnen leiden tot hogere vergoedingen voor sommige gebruikers van gezondheidsgegevens, indien het behandelen van hun aanvragen voor toegang tot gezondheidsgegevens en van verzoeken om gezondheidsgegevens meer werk vergt. De houders van gezondheidsgegevens moeten ook voor het beschikbaar stellen van gegevens vergoedingen kunnen vragen die hun kosten weerspiegelen. De instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens moeten beslissen over de hoogte van dergelijke vergoedingen, die ook de door de houders van gezondheidsgegevens gevraagde vergoedingen zouden kunnen omvatten. Dergelijke vergoedingen moeten door de instantie voor toegang tot gezondheidsgegevens in één factuur aan de gebruiker van gezondheidsgegevens in rekening worden gebracht. De instantie voor toegang tot gezondheidsgegevens moet het desbetreffende deel van de betaalde vergoedingen vervolgens overmaken aan de houder van gezondheidsgegevens. Om een geharmoniseerde aanpak van het vergoedingenbeleid en de vergoedingenstructuur te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Artikel 10 van Verordening (EU) 2023/2854 moet van toepassing zijn op vergoedingen die uit hoofde van de onderhavige verordening in rekening worden gebracht.
