Overweging 67
Natuurlijke personen moeten door de houders van gezondheidsgegevens worden geïnformeerd over significante bevindingen in verband met hun gezondheid waartoe gebruikers van gezondheidsgegevens zijn gekomen. Natuurlijke personen moeten het recht hebben te verzoeken om niet van dergelijke bevindingen in kennis te worden gesteld. De lidstaten kunnen voorwaarden vaststellen over de precieze wijze waarop de houders van gezondheidsgegevens dergelijke informatie aan de betrokken natuurlijke personen moeten verstrekken en over de uitoefening van het recht om niet in kennis te worden gesteld. Overeenkomstig artikel 23, lid 1, punt i), van Verordening (EU) 2016/679 moeten de lidstaten in staat zijn de reikwijdte van de verplichting om natuurlijke personen in kennis te stellen, te beperken wanneer dat nodig is voor de bescherming van de natuurlijke personen in verband met de veiligheid van de patiënt en uit ethische overwegingen, door de informatie over hen pas te verstrekken wanneer een gezondheidswerker de betrokken natuurlijke personen informatie kan verstrekken en toelichten die gevolgen voor hun gezondheid zou kunnen hebben.
