Overweging 23
De krachtens Verordening (EU) 2016/679 ingestelde toezichthoudende autoriteiten zijn bevoegd voor de monitoring en handhaving van de toepassing van die verordening, met name om de verwerking van persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens te monitoren en om klachten van de betreffende natuurlijke personen te behandelen. Deze verordening stelt aanvullende rechten voor natuurlijke personen met betrekking tot primair gebruik vast, die verder gaan dan het recht van inzage en het recht op overdraagbaarheid als verankerd in Verordening (EU) 2016/679 en die rechten aanvullen. Aangezien die aanvullende rechten ook moeten worden gehandhaafd door de krachtens Verordening (EU) 2016/679 ingestelde toezichthoudende autoriteiten, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat die toezichthoudende autoriteiten worden voorzien van de financiële en personele middelen, de gebouwen en de infrastructuur die nodig zijn voor de doeltreffende uitvoering van die aanvullende taken. De toezichthoudende autoriteit of autoriteiten die bevoegd is of zijn voor de monitoring en handhaving van de verwerking van persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens voor primair gebruik overeenkomstig deze verordening moet of moeten bevoegd zijn om administratieve boeten op te leggen. Het rechtsstelsel van Denemarken laat de in deze verordening genoemde administratieve geldboetes niet toe. De regels inzake administratieve geldboetes kunnen op zodanige wijze worden toegepast dat de boeten in Denemarken als een strafrechtelijke sanctie worden opgelegd door een bevoegde nationale rechterlijke instantie, mits een dergelijke toepassing van de regels eenzelfde werking heeft als administratieve geldboetes die door toezichthoudende autoriteiten worden opgelegd. De boeten moeten in ieder geval doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.
