Spring naar inhoud
Terug naar de verordening
Overweging 21

Overweging 21

Natuurlijke personen moeten andere natuurlijke personen van hun keuze, zoals familieleden of andere naaste natuurlijke personen, kunnen machtigen om namens hen toegang te krijgen tot of zeggenschap uit te oefenen over de toegang tot de persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens van de personen die de machtiging verlenen of gebruik te maken van digitale gezondheidsdiensten. Dergelijke machtigingen zouden ook praktisch kunnen zijn voor ander gebruik door natuurlijke personen die voorzien zijn van een dergelijke machtiging. De lidstaten moeten proxydiensten opzetten om dergelijke machtigingen mogelijk te maken en te implementeren, en die proxydiensten moeten worden gekoppeld aan diensten voor toegang tot persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens, zoals patiëntenportalen of apps voor mobiele apparaten. Die proxydiensten moeten het ook mogelijk maken voor voogden om op te treden namens de personen te hunnen laste, waaronder minderjarigen; in dergelijke situaties zouden de machtigingen automatisch kunnen worden verleend. Naast die proxydiensten moeten de lidstaten ook gemakkelijk toegankelijke ondersteunende diensten opzetten die worden verleend door naar behoren opgeleid personeel dat natuurlijke personen moet bijstaan bij de uitoefening van hun rechten. Om rekening te houden met gevallen waarin het in strijd met de belangen of de wil van personen ten laste, waaronder minderjarigen, zou kunnen zijn dat bepaalde persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens voor hun voogden zichtbaar zijn, moeten de lidstaten in hun nationale recht in dergelijke beperkingen en waarborgen, alsook in mechanismen voor de technische uitvoering daarvan kunnen voorzien. Diensten voor toegang tot persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens, zoals patiëntenportalen of patiëntgerichte apps voor mobiele apparaten, moeten van dergelijke machtigingen gebruikmaken en het de gemachtigde natuurlijke personen derhalve mogelijk maken toegang te krijgen tot de persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens die onder de machtiging vallen. Om te zorgen voor een gebruiksvriendelijkere horizontale oplossing, moeten digitale proxyoplossingen worden afgestemd op Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad (7) en de technische specificaties van de Europese portemonnee voor digitale identiteit. Die afstemming zou zowel de administratieve als de financiële lasten voor de lidstaten helpen verminderen door het risico te verlagen dat parallelle systemen worden ontwikkeld die niet in de hele Unie interoperabel zijn.