Spring naar inhoud
Terug naar de verordening
Overweging 20

Overweging 20

Om de uitoefening van het bij deze verordening vastgestelde aanvullende recht van inzage en het bij deze verordening vastgestelde aanvullende recht op overdraagbaarheid te vergemakkelijken, moeten de lidstaten een of meer diensten voor toegang tot elektronische gezondheidsgegevens opzetten. Die diensten zouden op nationaal, regionaal of lokaal niveau, of door zorgaanbieders, in de vorm van een online patiëntenportaal, een app voor mobiele apparaten of anderszins kunnen worden verleend. Bij de vormgeving ervan moet toegankelijkheid, met name voor personen met een handicap, in gedachten worden gehouden. De verlening van dergelijke diensten om natuurlijke personen gemakkelijke toegang te verlenen tot hen betreffende persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens is van zwaarwegend algemeen belang. De verwerking van persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens door die diensten is noodzakelijk voor de uitvoering van de bij deze verordening toegewezen taak in de zin van artikel 6, lid 1, punt e), en artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679. De onderhavige verordening voorziet in de nodige voorwaarden en waarborgen voor de verwerking van elektronische gezondheidsgegevens binnen diensten voor toegang tot elektronische gezondheidsgegevens, waaronder elektronische identificatie van natuurlijke personen die toegang hebben tot dergelijke diensten.