Overweging 110
Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk natuurlijke personen meer zeggenschap over hen betreffende persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens geven en het vrije verkeer van gezondheidsgegevens ondersteunen door ervoor te zorgen dat hun gezondheidsgegevens kunnen worden meegenomen, een echte interne markt voor digitale gezondheidsdiensten en -producten bevorderen en zorgen voor een consistent en efficiënt kader voor het hergebruik van de gezondheidsgegevens van natuurlijke personen met het oog op onderzoek, innovatie, beleidsvorming en regelgeving, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt door middel van coördinatiemaatregelen alleen, zoals blijkt uit de evaluatie van de digitale aspecten van Richtlijn 2011/24/EU, maar beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt door middel van harmoniseringsmaatregelen voor de rechten van natuurlijke personen met betrekking tot hun elektronische gezondheidsgegevens, de interoperabiliteit van elektronische gezondheidsgegevens en een gemeenschappelijk kader en gemeenschappelijke waarborgen voor het primair gebruik en secundair gebruik, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
