Sancties
De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van sancties die van toepassing zijn op inbreuken op deze verordening, in het bijzonder voor inbreuken die niet zijn onderworpen aan administratieve geldboetes krachtens de artikelen 63 en 64, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden uitgevoerd. De vastgestelde sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 26 maart 2027 van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mee.
De lidstaten houden bij het opleggen van sancties voor inbreuken op deze verordening waar passend rekening met de volgende niet-uitputtende en indicatieve lijst van criteria:
a) de aard, de ernst, de omvang en de duur van de inbreuk;
b) elke door de inbreukmaker ondernomen actie om de schade als gevolg van de inbreuk te beperken of te herstellen;
c) eerdere inbreuken van de inbreukmaker;
d) de door de inbreukmaker verkregen financiële voordelen of vermeden verliezen als gevolg van de inbreuk, voor zover deze voordelen of verliezen op betrouwbare wijze kunnen worden vastgesteld;
e) elke andere verzwarende of verzachtende factor die van toepassing is op de omstandigheden van de zaak;
f) de jaaromzet van de inbreukmaker in de Unie in het voorgaande boekjaar.
