Spring naar inhoud
Terug naar de verordening
Artikel 58

Verplichtingen van instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens ten aanzien van natuurlijke personen

  1. De instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens maken informatie over de voorwaarden waaronder elektronische gezondheidsgegevens voor secundair gebruik beschikbaar worden gesteld openbaar en zorgen ervoor dat die informatie gemakkelijk te doorzoeken is met elektronische middelen en toegankelijk is voor natuurlijke personen. Die informatie omvat:

    a) de rechtsgrondslag op grond waarvan toegang tot elektronische gezondheidsgegevens wordt verleend aan de gebruiker van gezondheidsgegevens;

    b) de technische en organisatorische maatregelen die zijn genomen om de rechten van natuurlijke personen te beschermen;

    c) de toepasselijke rechten van natuurlijke personen met betrekking tot secundair gebruik;

    d) de regelingen voor natuurlijke personen om hun rechten uit te oefenen overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) 2016/679;

    e) de identiteit en de contactgegevens van de instantie voor toegang tot gezondheidsgegevens;

    f) wie toegang heeft gekregen tot datasets van elektronische gezondheidsgegevens en tot welke datasets zij toegang hebben gekregen en de nadere details van de gegevensvergunning betreffende de doeleinden voor de verwerking van die data als bedoeld in artikel 53, lid 1;

    g) de resultaten of uitkomsten van de projecten waarvoor de elektronische gezondheidsgegevens zijn gebruikt.

  2. Indien een lidstaat heeft bepaald dat het opt-out-recht op grond van artikel 71 kan worden uitgeoefend via de instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens, verstrekken de relevante instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens openbare informatie over de opt-out-procedure en faciliteren zij de uitoefening van dat recht.

  3. Wanneer een instantie voor toegang tot gezondheidsgegevens door een gebruiker van gezondheidsgegevens in kennis wordt gesteld van een significante bevinding in verband met de gezondheid van een natuurlijke persoon, zoals bedoeld in artikel 61, lid 5, stelt de instantie voor toegang tot gezondheidsgegevens de houder van gezondheidsgegevens in kennis van die bevinding. De houder van gezondheidsgegevens stelt de natuurlijke persoon of gezondheidswerker die hem of haar behandelt in kennis onder de in het nationale recht vastgelegde voorwaarden. Natuurlijke personen hebben het recht te verzoeken om niet van dergelijke bevindingen in kennis te worden gesteld.

  4. De lidstaten informeren het grote publiek over de taak en het nut van instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens.