Spring naar inhoud
Terug naar de verordening
Overweging 92

Overweging 92

Bepaalde categorieën elektronische gezondheidsgegevens kunnen bijzonder gevoelig blijven, zelfs wanneer zij in geanonimiseerde vorm en dus niet-persoonsgebonden zijn, zoals reeds specifiek in Verordening (EU) 2022/868 is bepaald. Zelfs wanneer gebruik wordt gemaakt van geavanceerde anonimiseringstechnieken, is er nog altijd een risico dat de betrokken persoon opnieuw wordt of in de toekomst geïdentificeerd zal kunnen worden, met gebruikmaking van andere middelen dan die waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zullen worden gebruikt. Een dergelijk overblijvend risico doet zich voor in verband met zeldzame ziekten, te weten levensbedreigende of chronisch invaliderende aandoeningen die niet meer dan vijf op de tienduizend personen in de Unie treffen, waarbij het geringe aantal gevallen de mogelijkheid beperkt om de gepubliceerde gegevens volledig samen te voegen teneinde de privacy van natuurlijke personen te beschermen en tegelijkertijd een passend niveau van granulariteit te handhaven om zinvol te blijven. Dergelijk overblijvend risico kan gevolgen hebben voor verschillende categorieën gezondheidsgegevens en kan ertoe leiden dat de betrokkenen opnieuw worden geïdentificeerd met middelen die verder gaan dan de middelen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat ze zullen worden gebruikt. Een dergelijk risico is afhankelijk van het niveau van granulariteit, de beschrijving van de kenmerken van de betrokkenen, het aantal getroffen personen, bijvoorbeeld wanneer het gaat om gegevens in elektronische patiëntendossiers, ziekteregisters, biobanken en door personen gegenereerde gegevens, waarbij het spectrum aan identificatiekenmerken breder is en de mogelijke combinatie met andere informatie, bijvoorbeeld in zeer kleine geografische gebieden, of via de technologische ontwikkeling van methoden die op het moment van anonimisering niet beschikbaar waren. Een dergelijke heridentificatie van natuurlijke personen zou een belangrijk punt van zorg vormen en zou de aanvaarding van de regels inzake secundair gebruik waarin deze verordening voorziet, in gevaar kunnen brengen. Bovendien worden aggregatietechnieken minder getest voor niet-persoonsgebonden gegevens die bijvoorbeeld bedrijfsgeheimen bevatten, zoals het geval is bij de rapportage over klinische proeven en klinische onderzoeken, en kan bij gebrek aan een toereikende internationale beschermingsnorm moeilijker worden opgetreden tegen schendingen van bedrijfsgeheimen buiten de Unie. Daarom blijft er voor die categorieën gezondheidsgegevens een risico op heridentificatie na de anonimisering of aggregatie bestaan, dat redelijkerwijs niet van meet af aan kan worden beperkt. Dit valt onder de criteria van artikel 5, lid 13, van Verordening (EU) 2022/868. Die soorten gezondheidsgegevens zouden dus onder de in artikel 5, lid 13, van die Verordening verleende machtiging voor doorgifte aan derde landen vallen. De bijzondere voorwaarden waarin uit hoofde van de in artikel 5, lid 13, van Verordening (EU) 2022/868 vastgestelde machtiging wordt voorzien, zullen nader worden uitgewerkt in de context van de gedelegeerde handeling die op grond van die machtiging wordt vastgesteld, en moeten in verhouding staan tot het risico van heridentificatie en rekening houden met de specifieke kenmerken van verschillende gegevenscategorieën of van verschillende anonimiserings- of aggregatietechnieken.