Overweging 30
De lidstaten moeten bevoegde autoriteiten voor digitale gezondheid aanwijzen voor de planning en toepassing van normen voor de toegang tot en overdracht van elektronische gezondheidsgegevens en de handhaving van de rechten van natuurlijke personen en gezondheidswerkers, als afzonderlijke organisaties of als onderdelen van reeds bestaande autoriteiten. De personeelsleden van de autoriteit voor digitale gezondheid mogen geen financiële of andere belangen in bedrijfstakken of economische activiteiten hebben waardoor hun onpartijdigheid in het gedrang zou kunnen komen. In de meeste lidstaten bestaan reeds autoriteiten voor digitale gezondheid, die zich bezighouden met EPD’s, interoperabiliteit, beveiliging of normalisatie. De autoriteiten voor digitale gezondheid moeten bij de uitvoering van hun taken met name samenwerken met de krachtens Verordening (EU) 2016/679 ingestelde toezichthoudende autoriteiten en de krachtens Verordening (EU) nr. 910/2014 ingestelde toezichthoudende organen. De autoriteiten voor digitale gezondheid kunnen eveneens samenwerken met het Europees Comité voor artificiële intelligentie, opgericht bij Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad (10), de Coördinatiegroep voor medische hulpmiddelen, opgericht bij Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad (11), het Europees Comité voor gegevensinnovatie, opgericht krachtens Verordening (EU) 2022/868 van het Europees Parlement en de Raad (12), en de bevoegde autoriteiten in het kader van Verordening (EU) 2023/2854 van het Europees Parlement en de Raad (13). De lidstaten moeten de deelname van nationale actoren aan de samenwerking op het niveau van de Unie vergemakkelijken, waarbij expertise wordt overgedragen en advies wordt verstrekt inzake de ontwikkeling van de oplossingen die nodig zijn om de doelstellingen van de EHDS te verwezenlijken.
