Spring naar inhoud
Terug naar de verordening
Artikel 94

Taken van de EHDS-raad

  1. De EHDS-raad heeft de volgende taken in verband met primair gebruik overeenkomstig de hoofdstukken II en III:

    a) de lidstaten bijstaan bij het coördineren van de praktijken van autoriteiten voor digitale gezondheid;

    b) schriftelijke bijdragen uitbrengen en beste praktijken uitwisselen over aangelegenheden die verband houden met de coördinatie van de uitvoering op het niveau van de lidstaten — rekening houdend met het regionale en lokale niveau — van deze verordening en van de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, met name wat betreft:

    i) de bepalingen van de hoofdstukken II en III;

    ii) de ontwikkeling van onlinediensten die de beveiligde toegang tot elektronische gezondheidsgegevens voor gezondheidswerkers en natuurlijke personen vergemakkelijken, met inbegrip van beveiligde elektronische identificatie;

    iii) andere aspecten met betrekking tot het primair gebruik;

    c) de samenwerking tussen autoriteiten voor digitale gezondheid vergemakkelijken door middel van capaciteitsopbouw, het opzetten van een kader voor het in artikel 20 bedoelde rapporteren van activiteiten, en uitwisseling van informatie;

    d) informatie uitwisselen onder zijn leden over de risico’s van EPD-systemen, alsmede over ernstige incidenten en de manier waarop met dergelijke risico’s en incidenten wordt omgegaan;

    e) de uitwisseling faciliteren van standpunten over primair gebruik met het in artikel 93 bedoelde forum van belanghebbenden, alsook met regelgevers en beleidsmakers in de gezondheidssector.

  2. De EHDS-raad wordt belast met de volgende taken in verband met secundair gebruik overeenkomstig hoofdstuk IV:

    a) de lidstaten bijstaan bij de coördinatie van de praktijken van instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens bij de uitvoering van de bepalingen van hoofdstuk IV om een consistente toepassing van deze verordening te waarborgen;

    b) schriftelijke bijdragen uitbrengen en beste praktijken uitwisselen over aangelegenheden die verband houden met de coördinatie van de uitvoering op het niveau van de lidstaten van deze verordening en van de op grond daarvan vastgestelde gedelegeerde handelingen en uitvoeringshandelingen, met name wat betreft:

    i) de invoering van regels voor de toegang tot elektronische gezondheidsgegevens;

    ii) technische specificaties of bestaande normen ten aanzien van de in hoofdstuk IV beschreven vereisten;

    iii) stimulering ter bevordering van de gegevenskwaliteit en verbetering van de interoperabiliteit;

    iv) beleid met betrekking tot de vergoedingen die door de instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens en houders van gezondheidsgegevens in rekening moeten worden gebracht;

    v) maatregelen ter bescherming van de persoonsgegevens van gezondheidswerkers die betrokken zijn bij de behandeling van natuurlijke personen;

    vi) andere aspecten van secundair gebruik;

    c) in samenspraak en samenwerking met de relevante belanghebbenden, met inbegrip van patiëntenvertegenwoordigers, gezondheidswerkers en onderzoekers, richtsnoeren ontwikkelen om gebruikers van gezondheidsgegevens te helpen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 61, lid 5, te voldoen, met name om te bepalen of hun bevindingen vanuit klinisch oogpunt significant zijn;

    d) de samenwerking tussen instanties voor toegang tot gezondheidsgegevens vergemakkelijken door middel van capaciteitsopbouw, het opzetten van kader voor het in artikel 59, lid 1, bedoelde rapporteren van activiteiten, en de uitwisseling van informatie;

    e) informatie uitwisselen over risico’s en incidenten in verband met secundair gebruik en de manier waarop met dergelijke risico’s en incidenten wordt omgegaan;

    f) de uitwisseling faciliteren van standpunten over secundair gebruik met het in artikel 93 bedoelde forum van belanghebbenden, alsook met houders van gezondheidsgegevens, gebruikers van gezondheidsgegevens, regelgevers en beleidsmakers in de gezondheidssector.